Euthanasie: Dank en tot Ziens

Tsja.
Tsja.

Dit is een akelige geschiedenis, maar die horen er ook bij. Wij hadden een poes, Lisa. Schat van een beest, een asielkatje. Ze is nu twee jaar dood en we missen haar nog iedere dag. Op een zondag in november moesten we haar laten inslapen, want ze had vreselijke pijn. Daarvoor reden we in alle vroegte de stad uit, naar een ons onbekende dierenarts met weekenddienst.

Nu is het vak van dierenarts niet altijd even prettig. Op een donkere zondagochtend om negen uur loop je wat sjagerijnig de koude praktijk binnen. De assistente is er nog niet en je knipt het TL-licht aan. Buiten in het portiek staat in het halve duister een snotterend stel met een doodziek dier. Je denkt: dat moet maar even snel en dan een kop koffie. Het consult duurt tien seconden: ‘Ja, dat gaat niet meer’, concludeer je. ‘Goede beslissing.’ De spuit met de ranjakleurige vloeistof dien je meteen toe met de kordate woorden: ‘Ik ga je nog √©ven pesten.’ Tien minuten later is het beestje dood. Terwijl de ene helft van het stel het dier in een schoenendoos vlijt, verzoek je de andere helft om door te lopen naar het schuifraam met de pin-automaat. Het bonnetje zegt: 1 Euthanasie. Dank U en tot Ziens.
Opeens is er niets meer te doen, want nieuwe klanten zijn er nog niet. Dat was wel erg snel, bedenk je je nu. Voor het deksel op de doos gaat, strijk je het katje nog snel even over de bol. Je weet niet of het overkomt, maar je hebt het geprobeerd. En nu die tranen de deur uit.
Lisa

Lisa.